Hector Bouricius

Hector Bouricius

Hector van BouriciusHector van Bouricius werd in 1593 te Leeuwarden geboren als zoon van Jacobus Bouricius en Baukje Buygers. Op 4 mei 1608 werd hij als student Rechten bij de universiteit van Franeker ingeschreven. Hij kreeg les van de hoogleraren Marcus Lycklama a Nijeholt en Timaeus Faber. Bij deze laatste heeft hij ingewoond. Toen er in 1609 een bestand werd gesloten tussen Nederland en de aartshertog Albert, besloot hij naar de de Spaanse Nederlanden af te reizen, vervolgde vervolgens in Leuven zijn rechtenstudie om in 1610 zijn graad in de rechten te behalen. Vanuit Leuven reisde Hector af naar Douai, bezocht vervolgens Dôle, Parijs en Orleans. In Orleans werd hij Meester in de rechten. Nadat Hector van Bouricius naar Engeland was afgereisd en vervolgens weer naar Nederland teruggekeerd was, liet hij zich op 2 mei 1612 op de rol der Advocaten van het Hof van Friesland inschrijven en praktiseerde in die hoedanigheid voor de rechtbank tot in 1620, waarna hij hoogleraar aan de universiteit van Franeker werd. Op 15 december 1624 verruilde hij zijn hoogleraarschap voor een functie als griffier bij het Hof van Friesland. Op 30 maart 1626 volgde hij zijn onlangs overleden schoonvader op en werd hij Raadsheer bij het Hof van Friesland. Vervolgens werd Hector als Ordinaris Gedupteerde naar ’s Gravenhage gestuurd. Deze betrekking, hoewel niet geheel zijn smaak, nam hij enige jaren waar. Bij de hooglopende twisten, waarbij de Staten-Generaal in 1632 krijgsvolk naar Friesland zonden, was Hector één van de Friese afgevaardigden.

Op 19 juli 1618 trouwde Hector met Hauckje van Hillema. Van zijn schoonouders kreeg het paar een Chinees porseleinen kom met zilvermontuur afkomstig uit de Ming Dynastie cadeau (tot 31 december 2011 te bewonderen in de tentoonstelling ‘Zilver’ van het Fries Museum). Samen met Hauckje kreeg Hector drie zoons, Gellius, Johannes en Jacobus, en twee dochters, Eelckje en Lutscke. Hij overleed op 3 januari 1636 in Franeker.

Van Hector van Bouricius zijn meerdere werken verschenen.
* Dissertationes Academicae. Quibus accedit Lectionum Juris Liber, quo varia Juris Civilis loca, pruecipue in Institutionibus  Justiniani Imperatoris, explicantur, Amst. et Franeq. 1612,
* Oratio anniversaria dicta honori Isaaci Casauboni, Additae sunt ejusdem epistolae, Leov. 1615,
* Carmen funebre in obitum Gisberti Bouricii, Icti et Advocati, Leov. 1618,
* Oratio de origine, progressu et laudibus jurisprudentiae Romanae, Fran. 1620,
* Oratio de Ambitu, sive Dissertatio ad Legem Juliam, Franeq. 1623,
* Oratio funebris in obitum Timaei Fabri, Franeq. 1623,

Vijf Latijnsche brieven van hem aan Cunaeus zijn gedrukt in de Epistolae Cunaei; en een aan Grotius wordt gevonden in de door Gerard Brandt uitgegeven Epistolae Clarissimorum Virorum.

Van de Latijnsche gedichten van Bouricius zijn slechts weinige over, zoo als voor Herbaji Res Quotidianae, voor Sandii Decisiones Frisicae, voor Ubbo Emmius, de Agro Frisiae etc., voor Winsemii Amores en elders.

Zie Vriemoet, Athen. Frisiac., pag. 206-211; Saxe, Onomast Liter. Pars IV. pag. 253; de Chalmot, Biogr. Woordenb.; Scheltema, Staatk. Nederl.; van Kampen, Geschied. der Nederl. Letteren en Wetens. D. III. bl. 255; de Wal, de Clar. Fris. Jurec., pag. 49, Annot. pag. 244-250, Add. pag. 444; Biog. Univers.

Bron: MpaginaEBiographisch woordenboek der Nederlanden

Note: Bovenstaande biografie is door mij ook Wikipedia geplaatst.